voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| bovenbouw m h |

voedingsmiddelen en voedingsstoffen

Bij het voedingsmiddelenpracticum wordt onderzocht welke voedingsstoffen er in bepaalde voedingsmiddelen zitten. Met behulp van de indicatoren JKJ (jodium), Biureet A & B, Fehlingreagens A & B en Sudan III, kunnen de voedingsstoffen eiwit, zetmeel, suiker (glucose) en vet worden aangetoond. In verband met de tijd is het niet verstandig om meer dan vijf voedingsmiddelen op voedingsstoffen te onderzoeken.

voedingswijzer:

Voedingsmiddelen zijn in vier groepen te verdelen. Deze vier groepen kun je vinden in een voedingswijzer. Bij het voedingsmiddelenpracticum worden voedingsmiddelen onderzocht op de aanwezigheid van voedingsstoffen. Zorg ervoor dat de gekozen voedingsmiddelen uit verschillende groepen van de voedingswijzer afkomstig zijn.

link: voedingswijzer by: Google

link: voedingswijzer by: Google afbeeldingen

Noteer op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' voor welke voedingsmiddelen gekozen is en geef op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' aan waarom deze producten gekozen zijn.

onderzoeksvraag:

Welke voedingsstoffen bevinden zich in de vijf gekozen voedingsmiddelen?

hypothese:

Omdat de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III achtereenvolgens de voedingsstoffen zetmeel, eiwit, glucose en vet aantonen, kan met behulp van de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III onderzocht worden welke voedingsstoffen zich in de gekozen voedingsmiddelen bevinden.

nodig:

20 epjes (plastic mini-reageerbuisjes), één epjesrek (plastic mini-reageerbuisrekje), vijzel (stamper met kommetje), 5 of meer voedingsmiddelen (bijvoorbeeld: brood, boter, melk o.i.d. (*)), 6 flesjes met indicatoren (Fehlingreagens A en B, Biureet A en B, Sudan III, JKJ), waterfles, verwarmingselement of warmwaterbad en het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen'.

werkwijze:

Om de voedingsmiddelen te kunnen onderzoeken op voedingsstoffen, moeten de voedingsmiddelen zo goed mogelijk opgelost worden in water. Hiervoor wordt een vijzel gebruikt.

vijzel

Doe een kleine hoeveelheid van het voedingsmiddel in de vijzel en wrijf het zo goed mogelijk fijn met de stamper van de vijzel. Voeg langzaam steeds een beetje meer demi-water toe aan de voedselbrij.

Aangezien indicatoren al verkleuren bij een geringe hoeveelheid voedingsstof, volstaat een kleine hoeveelheid voedingsmiddel en kan gewerkt worden met een sterke verdunning. Mocht er teveel voedselbrij in de vijzel zitten, giet dit dan af. De voedselbrij moet uiteindelijk vrijwel kleurloos zijn.

Om tijd te besparen moet er tijdens het voedingsstoffenpracticum efficiënt gewerkt worden. Het is daarom belangrijk om volgens een bepaald plan te werken.

rijen vullen met fijngewreven en verdund materiaal van de vijf voedingsmiddelen

• vul het epjesrekje (of reageerbuisrek) met 20 of meer epjes (of reageerbuizen)
• vul het rekje zodanig dat er vijf rijen van 4 epjes zijn
• vul de vier epjes in de eerste rij voor de helft met verdunde voedselbrij van voedingsmiddel 1
• vul de vier epjes in de tweede rij voor de helft met verdunde voedselbrij van voedingsmiddel 2
• vul de vier epjes in de derde rij voor de helft met verdunde voedselbrij van voedingsmiddel 3
• vul de vier epjes in de vierde rij voor de helft met verdunde voedselbrij van voedingsmiddel 4
• vul de vier epjes in de vierde rij voor de helft met verdunde voedselbrij van voedingsmiddel 5

proefjes uitvoeren met de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III

In de gekozen opstelling kunnen de vier indicatoren aan elke kolom worden toegevoegd. Welke handelingen bij welke indicator moeten worden uitgevoerd, staat beschreven aan het einde van deze pagina.

schematische weergave rijen en kolomen met epjes, verdunde voedingsmiddelen en indicatoren

taakverdeling:

Om het voedingsmiddelenpracticum in 50 minuten af te krijgen moet er worden samengewerkt. Het is verstandig om dat in een groepje van drie á vier personen te doen. Verdeel binnen het groepje de volgende taken:
- Coördinator/notulist. Deze persoon vertelt de andere personen wat er bij de verschillende proefjes moet worden gedaan en houdt de gegevens bij (noteren op het werkblad 'waarnemingen voedingsmiddelen').
- Voorbewerking voedingsmiddelen. Het voorbewerken van de voedingsmiddelen kan het best verdeeld worden over twee of drie personen.
- Eén of twee personen die de proefjes met JKJ (jodium), Biureet A & B en Sudan III uitvoeren.
- Eén persoon die de proefjes met Fehlingreagens A & B uitvoert (de proefjes met Fehlingreagens nemen veel meer in beslag dan de andere proefjes, omdat er bij dit proefje gedurende enkele minuten verwarmd moet worden).
- Spreek af wie welke benodigdheden haalt en wie wat opruimt en schoonmaakt. Houd er in de planning rekening mee dat het klaarzetten en opruimen van de practicumspullen ongeveer 10 minuten kost. Probeer de planning met elkaar door te spreken voor de practicumlessen. Dit bespaart veel tijd en ergernis.

indicator proefjes:

• het 'JKJ'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel JKJ toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt (* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

• het 'Biureet'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel Biureet A en één druppel Biureet B toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt (* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

• het 'Fehlingreagens'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel Fehlingreagens A en twee druppels Fehlingreagens B toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Omdat Fehlingreagens A en B alleen werken als de temperatuur van het mengsel hoog genoeg is, moet je het mengsel verwarmen. Dit verwarmen doe je met een verwarmingselement of een warmwaterbad. Houd het verwarmingselement 2 minuten in het mengsel(**). Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt
(* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag)
( ** = het verwarmingselement moet eerst opwarmen voordat je het bij het proefje kunt gebruiken).

• het 'Sudan III'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) eerst dezelfde hoeveelheid water toe. Pas daarna voeg je één druppel Sudan III toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt.
(* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

waarnemingen:

Noteer de de kleurveranderingen in de epjes op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen'.

conclusie:

Analyseer de kleurveranderingen die in de epjes heeft plaatsgevonden. Geef op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' aan welke kleurveranderingen bij de voedingsmiddelen kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van zetmeel, eiwitten, vetten en glucose. Geef op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' aan welke voedingsstoffen in welke voedingsmiddelen zitten.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag