voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| bovenbouw m h |

indicatoren en voedingsstoffen

Een indicator is een stof waarmee je een andere stof aantoont (indicatie = aanwijzing). Met behulp van de indicator JKJ kan zetmeel in een product worden aangetoond. Met de indicator Biureet-reagens kunnen bepaalde eiwitten in een product worden aangetoond. Met de indicator Fehling-reagens kan een bepaald soort suiker (glucose) in een product worden aangetoond en met de indicator Sudan III kunnen vetten in een product worden aangetoond.

inleiding:

In het onderstaande practicum wordt aangetoond dat de bovengenoemde indicatoren daadwerkelijk de genoemde stoffen aantonen.

voorbereiding:

Bij het voedingsstoffenpracticum wordt onderzocht welke indicatoren de voedingsstoffen druivensuiker (glucose), oplosbaar eiwit, slaolie (vet) en zetmeel (koolhydraat) aantonen.
Om dit onderzoek op te zetten moeten er vier proefjes met elke voedingsstof worden uitgevoerd. Aangezien er vier verschillende voedingsstoffen zijn, moeten er in totaal 16 proefjes worden gedaan.
Omdat er naast de vier verschillende voedingsstoffen ook nog met elke indicator een blancobepaling gedaan moet worden, is het totale aantal proefjes 20.
Het voedingsstoffenpracticum is een gecompliceerd practicum, waarbij veel materiaal wordt gebruikt en veel waarnemingen genoteerd moeten worden.
Een blancobepaling wordt uitgevoerd om te kijken welke verkleuringen optreden bij de verschillende proefjes als zich geen voedingsstoffen in het epje bevinden.

onderzoeksvraag:

Tonen de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III achtereenvolgens de stoffen zetmeel, oplosbaar eiwit, suiker (glucose) en vetten aan?

hypothese:

Omdat zich in de stoffen druivensuiker, oplosbaar eiwit, slaolie en gekookt zetmeel de voedingsstoffen glucose, eiwit, vet en zetmeel bevinden, zullen de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III deze stoffen aantonen.

nodig:

20 epjes (plastic mini-reageerbuisjes), één epjesrek (plastic mini-reageerbuisjesrek), 5 flesjes met opgeloste voedingsstoffen (suiker (glucose), eiwit, vet (olie), koolhydraat (zetmeel), water), 6 flesjes met indicatoren (JKJ, Biureet A en B, Fehlingreagens A en B, Sudan III), waterfles, verwarmingselement of warmwaterbad en het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen'.

werkwijze:

Om tijd te besparen moet er tijdens het voedingsstoffenpracticum efficiënt gewerkt worden. Het is daarom belangrijk om volgens een bepaald plan te werken.

rijen vullen met druivensuikeroplossing, opgelost eiwit, slaolie, opgelost zetmeel en water

• vul het epjesrekje (of reageerbuisrek) met 20 epjes (of reageerbuizen)
• vul het rekje zodanig dat er vijf rijen van 4 epjes zijn.
• vul de vier epjes in de eerste rij voor de helft met suikerwater
• vul de vier epjes in de tweede rij voor de helft met opgelost eiwit
• vul de vier epjes in de derde rij voor de helft met olie
• vul de vier epjes in de vierde rij voor de helft met een zetmeeloplossing
• vul de vier epjes in de vijfde rij voor de helft met water.

indicatoren toevoegen

Als alle epjes (of reageerbuizen) met de vier voedingsstoffen en demi-water zijn gevuld, kunnen de proefjes met de indicatoren worden uitgevoerd.

proefjes uitvoeren met de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III

In de gekozen opstelling kunnen de vier indicatoren aan elke kolom worden toegevoegd. Welke handelingen bij welke indicator moeten worden uitgevoerd staat beschreven aan het einde van deze pagina.

schematische weergave rijen en kolomen met epjes, voedingsstoffen en indicatoren

taakverdeling:

Om het voedingsstoffenpracticum in 50 minuten af te krijgen moet er samengewerkt worden. Het is verstandig om dat in een groepje van drie à vier personen te doen. Verdeel binnen het groepje de volgende taken:
- Coördinator/notulist. Deze persoon vertelt de andere personen wat er bij de verschillende proefjes gedaan moet worden en houdt de gegevens bij (waarnemingen noteren op het werkblad 'waarnemingen voedingsstoffenpracticum').
- Eén of twee personen die de proefjes met JKJ (jodium), Biureet A & B en Sudan III uitvoeren.
- Eén persoon die de proefjes met Fehlingreagens A & B uitvoert (de proefjes met Fehlingreagens nemen veel meer tijd in beslag dan de andere proefjes, omdat er bij dit proefje gedurende enkele minuten verwarmd moet worden).
- Spreek af wie welke benodigdheden haalt en wie welke benodigdheden opruimt en schoonmaakt. Houd er in de planning rekening mee dat het klaarzetten en opruimen van de practicumspullen ongeveer 10 minuten kost. Probeer de planning met elkaar door te spreken voor de practicumlessen. Dit bespaart veel tijd en ergernis.

indicator proefjes:

• het 'JKJ'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel JKJ toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt (* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

• het 'Biureet'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel Biureet A en één druppel Biureet B toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt (* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

• het 'Fehlingreagens'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) één druppel Fehlingreagens A en twee druppels Fehlingreagens B toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Omdat Fehlingreagens A en B alleen werken als de temperatuur van het mengsel hoog genoeg is, moet je het mengsel verwarmen. Dit verwarmen doe je met een verwarmingselement of een warmwaterbad. Houd het verwarmingselement 2 minuten in het mengsel(**). Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt
(* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag)
(** = het verwarmingselement moet eerst opwarmen voordat je het bij het proefje kunt gebruiken).

• het 'Sudan III'-proefje
Voeg aan het epje met 0.5 ml. van een voedingsstof (half epje) eerst dezelfde hoeveelheid water toe. Pas daarna voeg je één druppel Sudan III toe. Sluit het epje en schud het mengsel. Wacht even en kijk of er een verandering in kleur of uiterlijk(*) plaatsvindt.
(* = bijvoorbeeld: er komen bolletjes in, er ontstaat een neerslag).

waarnemingen:

Noteer de de kleurveranderingen in de epjes op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen'.

conclusie:

Analyseer de kleurveranderingen die in de epjes heeft plaatsgevonden. Geef in het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' aan welke kleurveranderingen kenmerkend zijn voor de indicatoren JKJ, Biureet-reagens, Fehling-reagens en Sudan III. Geef op het werkblad 'voedingsstoffen in voedingsmiddelen aantonen' aan op welke manier afgeleid kan worden dat JKJ zetmeel aantoont, Biureet-reagens eiwit aantoont, Fehling-reagens glucose aantoont en Sudan III vetten aantoont.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag