zwangerschap en geboorte  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| onderbouw h v | bovenbouw m h v |

geboorte

foetus

1 = vruchtvliezen, 2 = placenta, 3 = navelstreng, 4 = foetus, 5 = vruchtwater

De geboorte komt op gang als de weeën beginnen. Bij weeën trekken de spieren in de baarmoederwand krachtig samen. Door weeën ontstaat ontsluiting. Bij ontsluiting wordt de onderkant van de baarmoeder breder. Tijdens de ontsluiting breken de vruchtvliezen. Als de vruchtvliezen gebroken zijn stroomt het vruchtwater uit de vagina. Tijdens de ontsluiting vindt indaling van de foetus plaats. Bij de uitdrijving wordt de foetus door persweeën naar buiten gedreven. Persweeën ontstaan door krachtige samentrekkingen van de buikspieren. De uitdrijving kan enkele minuten tot enkele uren duren. Normaal gesproken komt als eerste het hoofdje naar buiten. Bij stuitligging komt echter eerst het kontje en de voetjes naar buiten. Bij stuitligging verloopt de bevalling trager en moeizamer. Bij dwarsligging kan de baby niet geboren worden. In dergelijke gevallen wordt een keizersnede toegepast. Bij een keizersnede wordt de buik onder de broekriem ingesneden en wordt de baby op deze wijze ter wereld gebracht. Na de uitdrijving wordt de navelstreng afgebonden en doorgeknipt. Op de plek waar de navelstreng vastzit aan de baby ontstaat later de navel. Enige tijd na de uitdrijving vindt de nageboorte plaats. Bij de nageboorte komt de placenta door samentrekkingen van de baarmoederwand naar buiten.

ontsluiting, indaling en uitdrijving

1 = weeën, 2= ontsluiting en indaling, 3 = uitdrijving

melkklieren

Tijdens de zwangerschap ontwikkelen de melkklieren zich in de borsten. Hierdoor worden de borsten groter. Aan het einde van de zwangerschap zijn de melkklieren in de borsten volledig ontwikkeld. Als de baby aan de tepel van de borsten zuigt, ontstaat door deze prikkeling een melkinjectie. Melk spuit dan uit de borst in de mond van de baby. Een baby hoeft niet te leren om aan de borst te zogen, maar kan dit al direct na de geboorte.

melkklieren

ademhaling

Tijdens de zwangerschap werken de longen van de foetus niet. Na de geboorte moet een baby voor het eerst ademhalen. Vaak wordt dit gestimuleerd door de baby een tikje op zijn billen te geven. Als de baby begint te huilen gaat hij daarna vanzelf ademen. In de longen van de baby wordt nu zuurstof uit de lucht opgenomen en koolstofdioxide aan de lucht afgegeven. Het uitscheidingsstelsel van de baby werkte tijdens de zwangerschap al wel, maar het spijsverteringsstelsel van de baby moet nu voor het eerst zelfstandig moedermelk verteren en stoffen opnemen in het bloed. Via moedermelk worden niet alleen voedingsstoffen, maar ook antistoffen tegen bepaalde ziekten aan de baby doorgegeven.

huilende baby
5.1
1pntDe vruchtvliezen verlaten het lichaam bij de ontsluiting.
  • [ juist ] [ onjuist ]
5.2
3pntweeën
  • door spiersamentrekkingen in de [ buik ] [ baarmoederwand ] wordt de ontsluiting op gang gebracht
  • door spiersamentrekkingen in de [ baarmoederwand ] [ buik ] wordt de uitdruiving op gang gebracht
  • door spiersamentekkingen in de [ buik ] [ baarmoederwand ] komt de nageboorte op gang
5.3
1pntWaarom verlaat de placenta niet gelijk met de baby het lichaam van de moeder?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )



persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag