zwangerschap en geboorte  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| onderbouw h v | bovenbouw m h v |

van zygote tot foetus

Tijdens de embryonale ontwikkeling ontwikkelt de bevruchte eicel (zygote) zich tot een embryo. Na de derde maand wordt de embryo een foetus genoemd. Een foetus lijkt al enigszins op een mens.


bevruchting

zaadcel volgens Hartsoeker (1694)

In 1694 meende de onderzoeker Hartsoeker in een spermacel een klein mensje te zien zitten. Gedacht werd dat dit kleine mensje in het lichaam van de vrouw zou uitgroeien tot een foetus. Inmiddels weten we meer over bevruchting en embryonale ontwikkeling en weten we wel beter.

model van een zaadcel
  

Na ejaculatie (klaarkomen) spuiten de zaadcellen in de schede tegen de baarmoedermond. Zaadcellen moeten via de baarmoedermond naar de eileiders zwemmen. In de eileiders vindt bevruchting plaats. Spermacellen overleven ongeveer twee dagen in de schede en baarmoeder. Als een zaadcel de eicel binnendringt, vormt de eicel een ondoordringbare laag. Door deze ondoordringbare laag kunnen andere zaadcellen de eicel niet meer binnendringen. Bij het binnendringen verliest de zaadcel zijn staart. In de eicel versmelten de kern van de zaadcel en de kern van de eicel met elkaar.

baarmoeder, eierstokken en eileiders

1 = eierstok, 2 = trechter, 3 = eileider, 4 = baarmoederslijmvlies, 5= spierlaag, 6 = baarmoedermond, bevruchting en eerste delingen van de eicel, 8 = ontwikkelende eicellen in de eierstok

versmelting van de kern van de zaadcel en de kern van de eicel

1 = zaadcel, 2 = ondoordringbare laag, 3 = eicel, 4 = kern van de eicel, versmelting van de kern van de zaadcel en de kern van de eicel

Tijdens de afdaling van de bevruchte eicel (zygote) naar de baarmoeder, vinden de eerste delingen plaats. De eicel is de grootste menselijke cel en is zelfs met het blote oog waar te nemen. Tijdens de eerste delingen vindt geen groei plaats.

eerste delingen

1.1
2pnteicellen en zaadcellen
  • eicellen bevatten in tegenstelling tot zaadcellen [ veel ] [ weinig ] reservevoedsel
  • [ eicellen ] [ zaadcellen ] kunnen zelf bewegen
1.2
1pnteierstok, eicel en zygote
  • tijdens de [ innesteling ] [ ovulatie ] komt een eicel vrij
  • deze eicel wordt opgvangen in de [ eileider ] [ trechter ]
  • normaal gesproken vindt de bevruchting van de eicel plaats in de [ eileider ] [ trechter ]
  • als de kern van zaadcel en de kern van de eicel met elkaar versmolten zijn ontstaat een [ zygote ] [ klompje cellen ]

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag