levensfasen en seksueel volwassen  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| onderbouw m h v | bovenbouw m |

levensfasen

Gedurende de levensloop van één persoon maakt deze persoon de volgende levensfasen door: zuigeling, baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber, adolescent, volwassen, bejaard.

van zuigeling tot schoolkind

motorische, sociale en geestelijke ontwikkeling

zuigeling en baby

Een zuigeling en een baby zijn volledig afhankelijk van de verzorging van hun ouders. Een zuigeling ziet slecht en herkent vaak alleen zijn moeder. Een baby (0 - ±1.5) kan nog niet lopen. Een baby moet een enorme lichamelijke en geestelijke ontwikkeling doormaken. Een baby moet leren zitten, staan en lopen. Deze bewegingen worden grove motoriek genoemd. Een baby leert ook om kleine bewegingen te maken. Deze bewegingen worden fijne motoriek genoemd. Het leren reageren op ouders en later op andere mensen in hun omgeving wordt sociale ontwikkeling genoemd.

peuter en kleuter

Een peuter (±1.5 - ±4) kan in tegenstelling tot een kleuter (±4 - ±6) nog niet fietsen, klimmen, veters strikken en tekenen. Een peuter leert praten en een kleuter leert omgaan met andere peuters en kinderen.

schoolkind en puber

Naast lichamelijke en sociale ontwikkeling vindt bij schoolkinderen (±6 -±12) en pubers (±12 -±16) ook geestelijke ontwikkeling plaats. Een schoolkind leert lezen, schrijven en rekenen en een puber leert wat hij of zij als schoolkind heeft geleerd, toe te passen. In de pubertijd verandert het lichaam sterk. In de pubertijd vindt de groeispurt plaats en gaan de geslachtsorganen functioneren. Bij de sociale ontwikkeling van pubers gaat seksueel bewustzijn een rol spelen. Pubers worden vaker verliefd en moeten leren met deze gevoelens om te gaan. Pubers denken na over de plek die ze innemen ten opzichte van andere mensen.

adolescent, volwassen en bejaard

Een adolescent (±16 - 21±) leert zelfstandig te zijn. Tijdens de volwassen (±21 - 65±) levensfase planten mensen zich vaak voort en dragen ze zorg en verantwoordelijkheid voor hun nageslacht, werk en leefomgeving. Als mensen ongeveer 65 zijn worden ze bejaard genoemd. Bejaarden hebben vaker zorg nodig omdat het lichaam minder goed begint te functioneren.

1.1
1pntWelk speelgoed is het meest geschikt om de motorische ontwikkeling van een peuter te helpen ontwikkelen?
1.2
1pntWelk van de onderstaande kenmerken maakt een voorleesboek het meest geschikt voor kleuters?
  • belevenissen van familieleden
  • belevenissen van andere kleuters
  • belevenissen waar een kleuter zich in kan verplaatsen
1.3
1pntWelk speelgoed van Lego™ sluit het beste aan bij de geestelijke ontwikkeling van een puber?
1.4
1pntWelk type leesboek sluit het beste aan bij de belevingswereld van een puber?
  • een boek over hoe de maatschappij in elkaar zit
  • een boek over een puber die niet begrepen wordt door anderen
  • een boek met seksverhalen
1.5
1pntWelk speelgoed sluit het minst aan bij de grove motorische ontwikkeling van een kleuter?

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag