gedrag bij pissebedden  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| onderbouw h v | bovenbouw m |

pissebedden

Pissebedden zijn kleine `land`kreeftjes en worden ongeveer 2 cm lang.

De rugzijde van pissebedden is min of meer bol, de buikzijde enigszins hol. Het kopdeel [2,3] en achterlijf [6] van pissebedden zijn klein, het borststuk [4] is in verhouding erg groot. Aan de kopzijde zitten twee lange antennen of voelsprieten [1]. Iets boven de plek waar de antennen uit de kop komen zitten de ogen [2]. Eén oogje bestaat uit meerdere kleine oogbolletjes. Aan de onderzijde van het kopdeel bevinden zich de kaken [3]. Het borststuk van de pissebed bestaat uit een aantal harde, elkaar overlappende platen [4]. Dit pantser is van chitine gemaakt. Door het overlappende `dakpanprincipe` van de platen sluiten deze de pissebed niet volledig waterdicht af. De harde platen verdelen de pissebed in segmenten. Aan de meeste segmenten zitten een paar poten vast [5]. De borstpoten zijn krachtig ontwikkeld en hebben een loopfunctie. De achterlijfpoten zijn meestal bladvormig verbreed en fungeren mede als kieuwen. Pissebedden zijn de enige op het land levende kreeftachtigen. Pissebedden kunnen op het land leven dankzij aanpassingen van de achterlijfpoten. De geplooide delen van deze poten moeten wel constant vochtig gehouden worden.

gedragsonderzoek pissebedden

In het onderstaande gedragsonderzoek wordt een aantal eenvoudige gedragsexperimenten met pissebedden gedaan. Voor dit onderzoek moeten pissebedden verzameld worden en leefbakjes voor de pissebedden gemaakt. Tevens moeten practicumopstellingen gemaakt worden.

vooronderzoek:

Om de gedragsexperimenten met pissebedden uit te kunnen voeren moeten pissebedden worden verzameld en leefbakjes voor de pissebedden gemaakt. Werk tijdens deze gedragsonderzoeken in groepjes van 3 à 4 personen.
• zoek in naslagwerken of op Internet naar informatie over de leefomgeving van pissebedden
• vat deze gegevens kort samen op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'
• noteer bronvermelding (titel en schrijver van het boek, tijdschrift of webpagina)n
• analyseer de leefomgeving van pissebedden
• leid uit de leefomgeving af op welke plekken pissebedden zullen voorkomen
• noteer deze plekken op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'
• zoek uit aan welke voorwaarden een leefbakje voor pissebedden moet voldoen
• noteer deze voorwaarden op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'.

taakverdeling:

Bij de gedragsonderzoeken bij pissebedden worden drie verschillende onderzoekjes uitgevoerd.
• lees de onderzoekjes door
• bij sommige gedragsonderzoekjes moet een opstelling worden gebouwd
• maak een taakverdeling
• geef aan welk groeplid verantwoordelijk is voor het maken van de opstellingen
• geef aan welk groeplid verantwoordelijk is voor het inrichten van het leefbakje
• geef aan welk groeplid verantwoordelijk is voor het verzamelen van pissebedden
• noteer de taakverdeling op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'.

licht/donker experiment

Bij het onderstaande onderzoek worden pissebedden in een halfverduisterde petrischaal geplaatst.

halfverduisterde petrischaal

observatie:

Pissebedden zijn 's nachts actiever dan overdag.

onderzoeksvraag:

Zijn pissebedden nachtdieren?

hypothese:

Omdat pissebedden nachtdieren zijn zullen de meeste pissebedden zich in het verduisterde deel van een halfverduisterde petrischaal bevinden.

nodig:

10 à 15 pissebedden in een leefbakje, petrischaal, zwart karton, schaar, plakband of nietapparaat, stopwatch, kwastje en het werkblad 'gedrag bij pissebedden'

werkwijze:

Bij het onderstaande onderzoek worden ongeveer 10 pissebedden in een halfverduisterde petrischaal geplaatst. Gedurende 3 minuten worden om de 20 seconden de plekken waar zich de pissebedden bevinden met stippen aangegeven op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. Op het werkblad 'gedrag bij pissebedden' is voor elke 20 seconden een aparte verduisterde petrischaal getekend.
• vouw van zwart karton een rechthoekig doosje
• zorg ervoor dat het doosje de petrischaal half kan verduisteren
• plak of niet het doosje aan elkaar
• haal ongeveer 10 pissebedden uit het leefbakje
• gebruik hiervoor een kwastje, pissebedden zijn namelijk erg kwetsbaar
• plaats de pissebedden in de petrischaal en plaats de deksel op de petrischaal
• geef met stippen aan waar de pissebedden zich elke 20 seconden bevinden
• vul de waarnemingen in op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'
• maak vooraf een taakverdeling.

resultaten:

Verwerk de resultaten van het onderzoek in de tabellen en grafieken op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'.

conclusie:

Door de resultaten uit het onderzoek te analyseren kan een conclusie getrokken worden. Noteer de conclusie in het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. In de conclusie moet verwerkt worden of pissebedden zich vaker in het verduisterde of in het niet verduisterde gedeelte van de petrischaal bevinden.

aanname/verwerping van de hypothese:

Geef aan de hand van de conclusie aan of de hypothese ("Omdat pissebedden nachtdieren zijn zullen de meeste pissebedden zich in het verduisterde deel van een halfverduisterde petrischaal bevinden") wordt aangenomen (juist is) of wordt verworpen (onjuist is).

droog/vochtig experiment

Bij het onderstaande onderzoek worden pissebedden in een petrischaal geplaatst die voor één helft is bedekt met vochtig filtreerpapier en voor de helft is bedekt met droog filtreerpapier.

halfvochtige petrischaal

observatie:

Pissebedden hebben net als alle andere kreeftachtigen kieuwen.

onderzoeksvraag:

Bevinden pissebedden zich het liefst in een vochtige omgeving?

hypothese:

Omdat pissebedden kieuwen hebben en vocht nodig hebben om te kunnen ademen, zullen de meeste pissebedden zich in het vochtige deel van een petrischaal bevinden die voor de helft is bedekt met een vochtig filter en voor de andere helft is bedekt met een droog filter.

nodig:

10 ? 15 pissebedden in een leefbakje, petrischaal, filter, waterflesje, schaar, stopwatch, kwastje en het werkblad 'gedrag bij pissebedden'

werkwijze:

Bij het onderstaande onderzoek worden ongeveer 10 pissebedden in een petrischaal geplaatst, waarvan één helft is bedekt met een vochtig filtreerpapier en de andere helft met een droog filtreerpapier. Gedurende 3 minuten worden om de 20 seconden de plekken waar zich de pissebedden bevinden met stippen aangegeven op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. Op het werkblad 'gedrag bij pissebedden' is voor elke 20 seconden een aparte droog/vochtige petrischaal getekend.
• knip een cirkel ter grootte van de petrischaal uit het filtreerpapier
• knip de cirkel doormidden en maak één helft vochtig
• bedek de bodem van de petrischaal met het droge en vochtige filtreerpapier
• haal ongeveer 10 pissebedden uit het leefbakje
• gebruik hiervoor een kwastje, pissebedden zijn namelijk erg kwetsbaar
• plaats de pissebedden in de petrischaal en plaats de deksel op de petrischaal
• geef met stippen aan waar de pissebedden zich elke 20 seconden bevinden
• vul de waarnemingen in op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'
• maak vooraf een taakverdeling.

resultaten:

Verwerk de resultaten van het onderzoek in de tabellen en grafieken op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'.

conclusie:

Door de resultaten van het onderzoek te analyseren kan een conclusie getrokken worden. Noteer de conclusie op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. In de conclusie moet verwerkt worden of pissebedden zich vaker in het vochtige of in het droge gedeelte van de petrischaal bevinden.

aanname/verwerping van de hypothese:

Geef aan de hand van de conclusie aan of de hypothese ("Omdat pissebedden kieuwen hebben en vocht nodig hebben om te kunnen ademen, zullen de meeste pissebedden zich in het vochtige deel van een petrischaal bevinden die voor één helft is bedekt met vochtig filtreerpapier en voor de andere helft met droog filtreerpapier") wordt aangenomen (juist is) of wordt verworpen (onjuist is).

warm/koud experiment

Bij het onderstaande onderzoek worden pissebedden in een petrischaal geplaatst die voor één helft rust op een koude ondergrond en voor de andere helft op een warme ondergrond staat.

warm/koude petrischaal

observatie:

Pissebedden zijn, net als alle andere geleedpotigen, koudbloedige dieren. Bij koudbloedige dieren is de lichaamstemperatuur gelijk aan de temperatuur van de omgeving.

onderzoeksvraag:

Bevinden pissebedden zich het liefst in een warme omgeving?

hypothese:

Omdat pissebedden koudbloedig zijn en dezelfde lichaamstemperatuur hebben als de omgeving, zullen pissebedden in een petrischaal die half verwarmd is en voor de andere helft koud is, zich het meest in het warme deel van de petrischaal bevinden.

nodig:

10 ? 15 pissebedden in een leefbakje, 3 petrischalen, 2 bekerglazen, ijsklontjes, waterkoker, water, thermometer, stopwatch, kwastje en het werkblad 'gedrag bij pissebedden'

werkwijze:

Bij het onderstaande onderzoek worden ongeveer 10 pissebedden in petrischaal geplaatst die voor één helft rust op een petrischaal die met ijswater is gevuld en voor de andere helft staat op een petrischaal met water van 80ºC. Gedurende 3 minuten worden om de 20 seconden de plekken waar zich de pissebedden bevinden met stippen aangegeven op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. Op het werkblad 'gedrag bij pissebedden' is voor elke 20 seconden een aparte warm/koude petrischaal getekend.
• vul van te voren een bekerglas met ijsklontjes en water
• vul een petrischaal met ijswater
• breng water met een waterkoker aan de kook
• schenk het water over in een bekerglas
• plaats een thermometer in het bekerglas
• verdun het water met koud water totdat de temperatuur 80ºC is
• schuif de twee petrischalen tegen elkaar aan
• plaats een derde petrischaal bovenop de andere twee
• zorg ervoor dat één helft van de petrischaal rust op de warme ondergrond
• zorg ervoor dat de andere helft van de petrischaal rust op de koude ondergrond
• haal ongeveer 10 pissebedden uit het leefbakje
• gebruik hiervoor een kwastje, pissebedden zijn namelijk erg kwetsbaar
• plaats de pissebedden in de petrischaal en plaats de deksel op de petrischaal
• geef met stippen aan waar de pissebedden zich elke 20 seconden bevinden
• noteer de waarnemingen op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'
• maak vooraf een taakverdeling.

resultaten:

Verwerk de resultaten van het onderzoek in de tabellen en grafieken op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'.

conclusie:

Door de resultaten uit het onderzoek te analyseren kan een conclusie getrokken worden. Noteer de conclusie op het werkblad 'gedrag bij pissebedden'. In de conclusie moet verwerkt worden of pissebedden zich vaker in het warme of in het koude gedeelte van de petrischaal bevinden.

aanname/verwerping van de hypothese:

Geef aan de hand van de conclusie aan of de hypothese ("Omdat pissebedden koudbloedig zijn en dezelfde lichaamstemperatuur hebben als de omgeving, zullen pissebedden in een petrischaal die voor de helft verwamd is en voor de andere helft koud is, zich het meest in het warme deel van de petrischaal bevinden") wordt aangenomen (juist is) of wordt verworpen (onjuist is).


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag