ontstaansgeschiedenis van planten  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| onderbouw h v | bovenbouw m h |

werkwijze voor de verschillende planten

Voer voor elke afzonderlijke plant de onderstaande onderzoekjes uit. Vul de waarnemingen en resultaten (inclusief tekeningen) in op het werkblad 'ontstaansgeschiedenis planten'

Fluitenkruid

wortels, stengels en bladeren

bladeren
• Geef aan of de plant bladeren of bladvormen heeft.
• Geef tevens aan of deze bladeren goed ontwikkeld (groot) of nauwelijks ontwikkeld (klein) zijn.
• Maak een tekening van het blad of van de bladvorm.

stengels
• Geef aan of de plant stengels heeft.
• Maak een tekening van de stengel en geef in de tekening aan hoe de bladeren of bladvormen aan de stengel vastzitten.

wortel
• Geef aan of de plant wortels heeft.
• Geef tevens aan of de wortels goed ontwikkeld (sterk vertakt of groot) of nauwelijks ontwikkeld (nauwelijks vertakt of klein) zijn.

N.B.
• Bij algen en wieren moet dit gedeelte van het onderzoek plaatsvinden met behulp van een lichtmicroscoop.

preparaat maken




• Druppel met behulp van een pipet een druppel water op het dekglas.
• Leg een klein stukje van de plant (een mm2/sup is doorgaans genoeg) met behulp van een pincet of prepareernaald in de druppel op het objectglas. Schuif het objectglas tegen de waterdruppel aan en laat het met behulp van een prepareernaald langzaam zakken.
• Klem het preparaat met behulp van de prepareerklemmen vast op de tafel van de microscoop en stel het preparaat scherp met de kleinste vergroting. Draai daarna de volgende vergroting voor en stel het preparaat opnieuw scherp. Vervolgens kan, zonder het voorwerpglas of het dekglas te beschadigen, de sterkste vergroting voorgedraaid worden.

sporenvormende organen

Sporenplanten planten zich voort met behulp van sporen. Deze sporen worden gevormd in speciale sporenvormde orgaantjes.

Teken de sporenvormende orgaantjes (indien deze aanwezig zijn). Gebruik hiervoor een loep of een stereomicroscoop.
• Indien de plant bloemen heeft moet bij dit onderzoek een bloem getekend worden. Gebruik hiervoor eveneens een loep of een stereomicroscoop.

N.B.
• Bij wieren en algen vindt ook sporenvorming plaats. Bij deze planten zijn geen speciale sporenvormende orgaantjes aanwezig.
• Zoek in het preparaat van wieren (vorige onderzoek) met behulp van de lichtmicroscoop naar wiercellen waar sporen gevormd worden.
• Maak van zo'n cel een tekening.

sporenvorming bij wieren

vaatbundels en bladnerven

Vaatbundels transporteren stoffen door de wortels, stengels en bladeren van planten. De vaatbundels in bladeren worden bladnerven genoemd.

vaatbundels en bladnerven

• Snijd met het scheermes een flinterdun coupje en maak hiervan een preparaat. Bekijk het preparaat onder de lichtmicroscoop.
• Maak een tekening van de vaatbundel.

coupe maken










• Om een coupe van een vaatbundel (of bladnerf) te maken, moet eerst een dwarsdoorsnede van de stengel (of het blad) gemaakt worden.
• Leg het scheermes op het snijvlak van de doorsnede en snijd met zaagbewegingen een aantal zo dun mogelijke coupes af.
• Doe de coupes met behulp van een penseeltje in een met water gevuld horlogeglas, zodat de coupes niet uitdrogen. Verzamel voldoende coupes. Veelal blijken coupes onder de lichtmicroscoop niet dun genoeg te zijn.
• Doe een druppel water op een voorwerpglas en vis met het penseeltje een dunne coupe uit het horlogeglas. Leg de coupe in de druppel op het voorwerpglas en dek het preparaat af met een dekglaasje.
• Klem het preparaat met behulp van de prepareerklemmen vast op de tafel van de microscoop en stel het preparaat scherp met de kleinste vergroting. Draai daarna de volgende vergroting voor en stel het preparaat opnieuw scherp. Vervolgens kan zonder het voorwerpglas of het dekglas te beschadigen de sterkste vergroting voorgedraaid worden.

afronding

resultaten:

• Vul het onderstaande schema in op het werkblad 'ontstaansgeschiedenis planten' met behulp van de gegevens die tijdens de onderzoekjes verzameld zijn.

resultaten

conclusie:

• Analyseer de gegevens in de tabel hierboven en probeer aan de hand van de bouw van de planten te herleiden welke planten eerder in de evolutie ontstaan zijn dan andere planten.
• Geef op het werklad 'ontstaansgeschiedenis planten' bij elke plant aan waarom deze in de evolutie eerder of later ontstaan is dan andere planten uit de onderzoekjes.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag