zoetwateronderzoek  (onderzoek - projectmatig practicum)| onderbouw h v | bovenbouw m |

eindonderzoek

Bij het 1ste en 2de vooronderzoekje op de vorige pagina is | schoon || matig verontreinigd | of | verontreinigd | in de onderstaande hypothese ingevuld.

Aan de hand van de aan- of afwezigheid van bepaalde ongewervelde diertjes in een sloot of vijver kan aangetoond worden dat het water | schoon || matig verontreinigd || verontreinigd | is.

In het vervolgonderzoek wordt onderzocht of de hypothese moet worden aangenomen of verworpen. Een hypothese wordt aangenomen als de conclusie van het eindonderzoek in overeenstemming is met de hypothese. Een hypothese wordt verworpen als de conclusie van het eindonderzoek in tegenspraak is met de hypothese.

Waterwants 1cm
Libellenlarve 6cm
Waterjufferlarven, Vlooien 2cm en Watervlooien 0,1cm (links) en een Zoetwaterkreeft 15cm (rechts)

In een sloot of vijver leven talrijke ongewervelde organismen (zoetwaterinvertebraten) zoals: slakken, wormpjes, kevers, keverlarven, wantsen, wantsenlarven, vliegen- en muggenlarven, libellenlarven, schelpdiertjes, kreeftjes etc..

inventarisatieplekken

Tijdens de oriëntatie op het zoetwateronderzoek (begin van het zoetwateronderzoek) is een vijver of sloot uitgekozen. In deze vijver of sloot worden tijdens het eindonderzoek zoetwaterinvertebraten geïnventariseerd.

mogelijke inventarisatieplekken

bio-indicatoren

Zoetwaterinvertebraten die alleen voorkomen in nauwelijks biologisch verontreinigd water of zoetwaterinvertebraten die juist voorkomen in matig tot sterk verontreinigd water, worden bio-indicatoren genoemd. Aan de hand van bio-indicatoren kan de kwaliteit van het water in de sloot of vijver bepaald worden.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag