natuur, landschap en water  (theorie - vakoverstijgende theorie met verwerking)| onderbouw h v | bovenbouw m |

overstromingsgevaar

Nederland ligt voor een deel onder zeeniveau. Als deze gebieden niet bemaald zouden worden zou een deel van Nederland langzaam onder water lopen. Het bemalen van land gebeurde vroeger met windmolens of windmolentjes zoals de tjasker in de afbeelding hieronder. Tegenwoordig gebeurt dit met elektrische gemalen.

laaggelegen vlak land

Bijna de helft van het vlakke land in Nederland ligt onder zeeniveau. Dit gebied wordt door zeedijken beschermd tegen water vanuit de Noordzee. Zeedijken maken echter slechts een klein deel uit van de duizenden kilometers dijk in Nederland. Het grootste gedeelte van de dijken beschermt Nederland tegen zoet water.

polders onder zeeniveau   (    = zout water       = zoet water)

kwelwater

In de buurt van dijken ontstaan kwellen. Kwellen zijn plekken waar rivierwater of zeewater via het grondwater weer omhoog komt. Dit kwelwater wordt (samen met regenwater e.d.) uit de laaggelegen polders weggepompt met gemalen.

Polders in kustgebieden hebben niet alleen last van zoet kwelwater maar ook van zout kwelwater. Onder duinen ligt een natuurlijk zoetwaterreservoir. Door deze zoetwaterreservoirs ontstaat er, `lekt`, relatief weinig zeewater in de laaggelegen polders in kustgebieden.

Door het wegpompen van water uit de polders klinkt de bodem in. Hierdoor daalt de polder nog dieper onder zeeniveau.

kwelwater   (    = zout water       = zoet water)
3.1
1pntIn de vorige eeuw werd het natuurlijke zoetwaterreservoir aangeboord voor drinkwater in de Randstad, zonder dat dit zoetwater werd aangevuld. Welke gevolgen had dit voor de gebieden achter de duinen?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


rivierwater

Per seconde stroomt via rivieren en beken ongeveer 15 miljoen liter zoet water Nederland binnen. De verwachtingen voor de nabije toekomst is dat dit zal stijgen naar 20 miljoen liter water per seconde. Een deel van dit water komt via zoete kwellen in de polders terecht.

stroomgebied

Door kanalisatie van rivieren in Duitsland, Frankrijk en België stroomt veel meer water dan voorheen sneller richting Nederland.

Door het kappen van bossen en het droogleggen van moerassen in stroomgebieden van rivieren kunnen deze gebieden het rivierwater niet meer `vasthouden`. Bossen, moerassen en andere natuurgebieden kunnen veel water opslaan in hun ecosysteem. Als rivieren gekanaliseerd worden stroomt er meer rivierwater sneller naar laaggelegen gebieden.

De wortels van bomen en planten houden grond vast. Door ontbossing stromen fijne gronddeeltjes met het regenwater naar rivieren, omdat plantenwortels deze deeltjes niet meer vasthouden. Deze fijne gronddeeltjes worden slib genoemd.

Door de watertoename in de rivieren en de slibafzetting in de rivieren ontstaat er meer kwelwater, waardoor er meer water uit de polders in Nederland gepompt moet worden. Door deze verhoogde pompactiviteit zal de bodem in de polders sneller en meer inklinken. Hierdoor komen de polders nog dieper onder zeeniveau te liggen.

verhoging van rivieren   (    = zout water       = zoet water)
3.2
1pntIn het jaar 2006 is meer regen gevallen dan in de voorgaande jaren. Heeft deze toegenomen regenval invloed op het inklinken van de bodems in laaggelegen stukken van Nederland?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


zeewater

Door onder andere de klimaatveranderingen op aarde ontstaat er meer regen en smelten de ijskappen op de Noord- en Zuidpool. Hierdoor stijgt de zeespiegel. Door het stijgen van de zeespiegel ontstaat er meer zout kwelwater in de polders in de buurt van de zee. Daarnaast worden de zoetwaterreservoirs onder de duinen (vooral in het verleden) gebruikt voor de winning van drinkwater. Door het slinken van de zoetwaterreservoirs onder de duinen ontstaat meer zout kwelwater. Door de toename van zout kwelwater moet meer water uit de polders in Nederland gepompt worden. Door deze verhoogde pompactiviteit zal de bodem in de polders sneller en verder inklinken. Hierdoor komen de polders nog dieper onder zeeniveau te liggen.

verhoging zeewaterspiegel   (    = zout water       = zoet water)
3.3
1pntDe klimaatveranderingen op aarde hebben ook invloed op de gletsjers in de Alpen. Welk verband bestaat er tussen het inklinken van de Nederlandse bodem en het toenemen van smeltijs van de gletsers in de Alpen?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )



persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag